Herdenking 2013
Herdenking 2012
Eerbewijzen en Onderscheidingen
Een monument ter nagedachtenis aan Paul Windhausen en zijn makkers werd in 1948 opgericht. Het werd opgericht op de plaats waar de boswachterswoning had gestaan en waar de verzetsstrijders op 4 oktober 1944 werden gedood. Het “Vloeiweide monument” aan de Hellegatseweg 6, in Rijsbergen werd in 1984 door de zorg van het gemeentebestuur van Rijsbergen getransformeerd tot het huidige monument. Het monument bestaat uit de restanten van het fundament van de boswachterswoning. Daarvoor is een bakstenen gedenkmuur met een natuurstenen plaquette aangebracht. In 1985 werd het “Vloeiweide monument” door de leerlingen van groep 7 van de St. Bavoschool uit Rijsbergen geadopteerd. Daarmede werd de betrokkenheid van de jeugd in Rijsbergen op langere termijn gewaarborgd. Ieder jaar vindt de overdracht van deze adoptie plaats van de leerlingen van groep 8 aan de leerlingen van groep 7. Vooraf horen de kinderen welk drama zich op 4 oktober 1944 bij de boswachterswoning in de Vloeiweide heeft afgespeeld.
Aan de Schietheide in het Mastbos, aan de Galderseweg, in de omgeving van Breda, op de plaats waar de terechtstelling van de gevangenen van de “Vloeiweide”op 5 oktober 1944 plaatsvond is ter nagedachtenis aan de slachtoffers een monument opgericht.
Ter blijvende nagedachtenis aan het oorlogsleed werd door de Rabobank te Rijsbergen op 29 oktober 1980 aan de plaatselijke gemeenschap een monument aangeboden. Het monument staat op het voorplein naast de St. Bavokerk in Rijsbergen. Het monument werd ontworpen en uitgevoerd door de beeldhouwer Niek van Leest uit Lage Zwaluwe.
In Breda is naar Paul Windhausen een straat vernoemd. De Paul Windhausenweg achter het Wilhelminapark. Aan de Paul Windhausenweg staat het Onze Lieve Vrouwelyceum de school waaraan Paul Windhausen voor de oorlog als kunstschilder en tekenleraar verbonden was.
In de Haagse Beemden in Breda is naar mevrouw Maria Neefs-Koijen, de echtgenote van boswachter Neefs, die bij de overval op de radiopost in de Vloeiweide op 4 oktober 1944 in de kelder van haar woning om het leven kwam, een hof genoemd. Het Maria Koijenhof.
In de St. Bavokerk in Rijsbergen doet sinds 1988 een gebrandschilderd raam herinneren aan de slachtoffers van de overval op de radiopost in de Vloeiweide. Het raam werd bekostigd door de gemeente Breda, de gemeente Rijsbergen en de gulle gevers die jaarlijks de herdenking bezoeken.
De terechtstelling van de gevangenen
Na een kort verhoor werden op donderdagmorgen 5 oktober 1944, de gevangenen naar de Schietheide in het Mastbos, aan de Galderseweg, in de omgeving van Ginneken gebracht. De negen gevangenen werden met kleine tussenruimte naast elkaar voor de kogelvanger van de schietbaan opgesteld. Voor hen stond een vuurpeloton van negen Feldgendarmen. Het vuurpeloton stond onder bevel van oberleutnant Adolf Balhüff. Een gevangene kon de dans ontspringen. Het was Frie Renard, de vriend van de zoon van Neefs. Frans de Visser zei dat Renard niet tot de groep behoorde en met de activiteiten van de radiopost in de Vloeiweide niets te maken had. Het was zijn redding, de oberleutnant liet Renard uittreden. Renard moest naast hem plaatsnemen om vanaf dat punt de executie van de acht personen gade te slaan.
De slachtoffers die op 5 oktober 1944 bij de terechtstelling op de voormalige Schietheide in het Mastbos, aan de Galderseweg in de omgeving van Ginneken werden gefusilleerd waren:
- J. Bakker, geboren te Magelang, N.O.I., wonende te Breda ( 25 jaar)
- J.v.d.Boogaard, geboren te Steenbergen, wonende te Steenbergen ( 23 jaar)
- P.J. Brautigam, geboren te Amsterdam, wonende te Amsterdam ( 49 jaar)
- J.v.d. Heuvel, geboren te Rijsbergen, wonende te Breda ( 34 jaar)
- H.Hofman, geboren te Utrecht, wonende te Breda ( 22 jaar)
- M.Nelissen, geboren te Oss, wonende bij Neefs te Rijsbergen ( 31 jaar)
- F. de Visser, geboren te Ginneken, wonende te Breda ( 33 jaar)
- de Vries, geboren te Leerdam, wonende te Breda ( 26 jaar)
Na de terechtstelling werd Frie Renard afgevoerd naar de Chassékazerne in Breda. Hij kwam samen in de cel te zitten met de handlanger van leutnant Steinmeier, Lodewijk de Coster. De Coster probeerde Renard uit te horen. Op 9 oktober 1944 werd Renard vrij gelaten.
Het stoffelijk overschot van J.J. Bakker, J.J. v.d. Boogaard, M.v.d. Boogaard, H.P.J. Brautigam, A.J. van den Heuvel, J.M.Nelissen, J.M. Oberg, H.G. van de Sande, H.A.Touw, F.F.Visser en H.J.P Windhausen werd een aantal jaren na de oorlog herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen.
De berging van de doden en de gewonden
Even tijd later arriveerde er een auto van de Feldgendarmerie. De auto werd gevolgd door een auto van de gemeentepolitie uit Breda. In de politieauto zaten hoofdinspecteur Migo en de rechercheur Gerrit Verdaasdonk. Verdaasdonk hoorde dat er nog mensen in de kelder aanwezig waren. Toen hij het smeulend vuur in de kelder zag en de rook die door het kelderraam naar buiten kwam gooide hij een emmer water in de kelder om de brand te blussen. Samen met de twee wachtmeesters van de Marechaussee stootten zij hard met een boomstam tegen het kelderraam. De spijlen vlogen eruit. Ze tilden Cornelis Neefs (4 jaar) naar buiten. Het jongetje had een grote buikwond en een gat in zijn hoofd. Het kind stierf in de armen van Verdaasdonk. Toen kropen er drie meisjes en twee jongens door het kelderraam naar buiten. Het waren Julia (7 jaar), Johan (9 jaar), Sjaak (14 jaar), Wies (20 jaar) en Toos (22 jaar). Frie Renard en Jan Nelissen kropen als laatste door het kelderraam naar buiten. De mensen waren zwaar tot lichtgewond en hun huid was geschroeid. Renard en Nelissen werden door de Feldgendarmerie gearresteerd. Toen Verdaasdonk in de kelder keek zag hij de lijken van moeder Neefs (45 jaar) en haar dochter Rietje (16 jaar) liggen. De lijken werden uit de kelder gehaald en naar het lijkenhuisje in Rijsbergen afgevoerd.
Hoofdinspecteur Migo zorgde ervoor dat de geredde kinderen naar het St. Ignatius ziekenhuis in Breda werden gebracht. Voor de Duitsers en de Nederlandse NSKK mannen was de operatie voltooid. De tegenstander was uitgeschakeld en het huis en de schuur waren vernietigd. De zeven gevangenen werden naar het Bureau van de Feldgendarmerie, in het gebouw van de voormalige Kamer van Koophandel aan de Julianalaan in Breda, afgevoerd. Zoals later zou blijken was de overval op de radiopost geïnitieerd door leutnant Steinmeier. De militaire operatie was zonder inmenging van majoor Kirsten de Ortskommandant van de Wehrmacht in Breda georganiseerd. Kirsten had zich reeds bij de naderende nederlaag van het Duitse leger neergelegd. Hij was op zijn rust gesteld en hij wachtte af op wat ging komen. Zijn adjudant, leutnant Steinmeier, was een fanaat die in het zicht van de nederlaag nog carrière wilde maken. Het was in Breda bekend dat Steinmeier veel zaken buiten de Ortskommandant om regelde. In wezen maakte Steinmeier op de Ortskommandantur in Breda de dienst uit.
De burgerslachtoffers die op 4 oktober 1944 omkwamen behoorden allen tot de familie Neefs. Ze werden op 5 oktober 1944 op de RK Begraafplaats in Rijsbergen begraven.
- C. Neefs-Koijen, geboren te Meir, wonende te Rijsbergen, geboren 29-6-1899
- E. Neefs, geboren te Zundert, wonende te Rijsbergen, geboren 22-4-1926
- F. Neefs, geboren te Gilze-Rijen, wonende te Rijsbergen, 10-11-1927
- J. Neefs, geboren te Rijsbergen, wonende te Rijsbergen, 15-6-1940
De slachtoffers die op 4 oktober 1944 aan de kant van de Ordedienst omkwamen waren:
- Marinus v.d.Boogaard, geboren te Steenbergen, wonende te Steenbergen (1922-1944)
- Johan M.Oberg, geboren te Den Haag, wonende te Wassenaar (1907-1944)
- Hendrikus G.v.d.Sande, geboren te Teteringen, wonende te Breda (1921-1944)
- Henk Touw, geboren te Breda, wonende te Breda (1913-1944)
- Henricus J.P.Windhausen, geboren te Roermond, wonende te Breda (1903-1944)
Op 4 oktober 1944 werden op de Begraafplaats Zuylen in Breda de slachtoffers aan Duitse zijde met militaire eer begraven.
- Kurt Steinmeier, Ortskommandantur, leutnant
- Christel Bühler, Feldgendarmerie, unterofficier
- Fokke Mulder, Ortskommandantur, geboren Bolsward, NSKK
De tweede fase van de aanval
Kees Buuron, Jan Juten en Sjoerd Bernaards, die op het naburige tuindersbedrijf ondergedoken zaten, waren door de geluiden van het schieten en de ontploffingen gewekt. Met een omtrekkende beweging probeerden ze bij de woning van Neefs te komen. Toen ze zagen dat de overmacht aan Duitsers te groot was sloegen ze op de vlucht. Ze wisten heelhuids het naburige Princenhage te bereiken. Ze doken onder en toen zij zich in veiligheid achtten brachten ze rapport uit bij de staf van het Gewestelijk Hoofdkwartier van de OD in Breda.
De vergeldingsdrift van de Duitsers was nog niet verzadigd. De tweede fase van de aanval werd ingezet om kwart voor zes. Het lot van de mannen in de schuur werd beslecht. Er werden zeven mannen van de bewakingsploeg gevangengenomen. Marinus van den Boogaard wist zich in de schuur verborgen te houden. Johan Oberg en Harrie van de Sande ondernamen een poging om te vluchten. Toen de operatie voorbij was werden hun lijken op een afstand van ongeveer vijfhonderd meter van de schuur gevonden. De Duitsers staken de schuur in brand waarbij de Nederlandse handlangers een werkzaam aandeel hadden. Door de brand moest Marinus van den Boogaard uit zijn schuilplaats tevoorschijn komen. Hij werd voor de schuur neergeschoten. Hij was niet dodelijk getroffen. Hij kreeg van een NSKK man een genadeschot. Hetzelfde lot troffen even later Paul Windhausen en Emiel Neefs.
In de woning was een begin van brand ontstaan. Met brandende stukken stro en hout van de schuur werd het vuur in de boswachterswoning aangewakkerd. Door het puin dat in het keldergat lag konden de mensen de kelder niet verlaten. De Duitsers lieten de lijken van hun drie gesneuvelde makkers leutnant Kurt Steinmeier, unterofficier Christel Bühler en de NSKK man Fokke Mulder naar Breda afvoeren. De NSKK mannen die daarmee belast werden kregen de opdracht om de gemeentepolitie in Breda te waarschuwen. Het was bij de Duitsers een vaste procedure dat zij de door hen gedode Nederlanders door de lokale politie lieten bergen. In dit geval kreeg de gemeentepolitie van Breda het verzoek om naar de Vloeiweide te komen. Voordat de politie aankwam arriveerden er rond acht uur twee wachtmeesters van de Groep Koninklijke Marechaussee uit Zundert ter plaatse. Het waren de wachtmeester H.D. Beijhuijzen en J.Lambregts. Ze waren op de rook af gekomen en ze informeerde bij de Duitsers naar wat er gebeurd was.
De eerste fase van de aanval
Om half zes in de morgen werd de deur van de keuken geopend. Op dat moment zaten Frie Renard en Emiel Neefs aan de keukentafel te ontbijten. Steinmeier, zijn adjudant en de NSKK man B.Zuuring stapten de keuken binnen. Ze waren met een karabijn en pistolen bewapend. De Nederlander beval de mannen hun handen omhoog te steken. Hij vroeg waar de zeventien mannen waren. Er viel een schot. Het licht ging uit. Er vielen nogmaals twee schoten. Leutnant Steinmeier werd dodelijk getroffen. De NSKK man kreeg een schampschot aan zijn hoofd. Henk Touw loste de schoten. Er ontstond een worsteling tussen de NSKK man en Neefs. De NSKK man raakte zijn karabijn aan Neefs kwijt. Touw rende naar boven om zijn zender onklaar te maken. Een van de Duitsers wierp een handgranaat naar binnen. Onder de dekking van de explosie van de handgranaat trok het drietal zich terug. Steinmeier werd door zijn collega’s ondersteund en naar buiten gedragen. Vlakbij de woning stonden een aantal Duitsers opgesteld. Ze namen met gemengde gevoelens de terugtocht van hun commandant waar. Kort daarna zou Steinmeier op de binnenplaats overlijden. Neefs gaf zijn vrouw en zijn zeven kinderen het advies om zich in de kelder te verstoppen. Touw zag op de binnenplaats voor het huis dat de NSKK mannen Van de Kerkhof, Suijkerbuik en Van Gageldonk zich om hun commandant Steinmeier bekommerden. Touw herkende de NSKK mannen. Hij gooide een handgranaat door het bovenraam naar buiten. Door de handgranaat werd de Nederlandse NSKK man Fokke Mulder uitgeschakeld. Nelissen en Renard vluchtten de kelder in. Paul Windhausen ging naar buiten om een vrije aftocht voor moeder Neefs en haar kinderen te vragen. Windhausen werd zonder pardon neergeschoten. Door de dood van Steinmeier en Mulder waren de Duitsers uit op een nietsontziende vergelding. Henk Touw rende naar buiten. Hij deed een poging om te vluchten. Touw werd doodgeschoten. Emiel Neefs rende hem achterna. Ook Emiel werd neergeschoten. De jongen bleef zwaargewond op de binnenplaats liggen. Mevrouw Neefs begaf zich naar buiten. Ze bekommerde zich om Paul Windhausen. Door een NSKK man werd ze op brute wijze naar binnen geduwd. Neefs had zich op de bovenste verdieping van het huis verschanst. Met zijn buitgemaakte karabijn schoot hij vanuit het bovenraam Christel Bühler een unterofficier van de Feldgendarmerie neer.
Door de kogel die Neefs uit het raam afvuurde werd er een overdreven mitrailleurvuur op de woning gelegd. Er werden handgranaten naar de woning gegooid. De voordeur van het huis werd door een explosie van een handgranaat weggeblazen. Daarna werden er door de NSKK mannen verschillende handgranaten in de woning gegooid. Kort daarna drongen twintig personen de woning binnen. Twee handgranaten werden in het trapgat van de kelder gegooid. Vanuit de keuken werd er in de kelder geschoten. Het hulpgeroep en het gehuil van de kinderen moest duidelijk hoorbaar zijn geweest. Daarna werd de actie gestaakt. De mannen verlieten de woning en ze trokken zich terug. Vanaf een veilige afstand keken ze toe en ze zagen dat een gedeelte van de muur van het huis instortte. Onder de dekking van een stofwolk wist boswachter Neefs uit het huis te ontsnappen.
De inval in de woning van boswachter Neefs
In de nacht van 3 op 4 oktober 1944 verbleven in de boswachterswoning behalve Neefs, zijn echtgenote en zijn acht kinderen ook Paul Windhausen, Henk Touw, Jan Nelissen en Frie Renard. Frie Renard (19 jaar) was bevriend met Emiel Neefs (18 jaar). Samen werkten ze op de landbouwgrond van het landgoed. Renard woonde in Breda. De afstand naar zijn huis was te ver om elke avond naar huis te gaan. Daarom bleef hij soms bij de familie Neefs slapen. In de niet ver van de woning gelegen schuur sliepen tien man. Twee van hen waren op patrouille. Kees Buuron, Sjoerd Bernaards en Jan Juten sliepen op hun onderduikadres bij het naburige tuindersbedrijf.
In de vroege morgen van 4 oktober 1944 werd de boswachterswoning van Neefs door een Duitse militaire eenheid met een sterkte van ruim honderd manschappen omsingeld. De eenheid stond onder bevel van leutnant Kurt Steinmeier. Het gros van de manschappen dat aan de operatie deelnam was gelegerd op de KMA in Breda. Leutnant Kurt Steinmeier, de adjudant van de Ortskommandant in Breda, had hun bijstand gevorderd. De mannen lagen in het veld met een onderlinge tussenruimte van nog geen vijf meter. De inval in de boswachterswoning werd uitgevoerd door een twintigtal Feldgendarmen aangevuld met een zevental Nederlandse NSKK-mannen. Er waren op een afstand van een paar honderd meter twee mitrailleurs in stelling gebracht.
De gevaren bij het zenden
De marconisten onderkenden na verloop van tijd dat in het zenden met de radiozendontvanger het grootste gevaar schuilde. Het was bekend dat de Duitse Abwehr meeluisterde. De Abwehr kon de radiozendontvangers waarop alleen maar werd geluisterd niet uitpeilen. Anders was het wanneer die ontvanger zender werd. Voor de radiotechnici van de Duitse Abwehr was het namelijk een klein kunstje om een zender die te lang in de lucht bleef uit te peilen. Met een zender uitzenden vanuit dezelfde locatie, zonder na verloop van tijd van locatie te wisselen, was vragen om problemen. De marconisten die voor de Radiodienst van de Raad van Verzet werkten wisten als geen ander hoe gevaarlijk het was om berichten te verzenden met de vijand op de hielen. Daarom werd om de ontdekking en uitpeiling van de zender te voorkomen regelmatig van zendlocatie gewisseld. De locatie van waaruit werd uitgezonden was veelal alleen bekend bij de koerier(ster) en de radiotechnicus. De koerier(ster) zorgde ervoor dat de zendontvanger op de zendlocatie werd afgeleverd. De technicus installeerde de zender en de antenne. Tijdens het zenden bleef de technicus in de buurt. De marconist kreeg het bericht dat hij op een bepaald moment op een bepaalde locatie aanwezig moest zijn. Tijdens de uitzending fietsten er medewerkers van de Radiodienst in de buurt van het huis of de boerderij van waaruit de uitzending plaatsvond. In het geval dat er een Duitse peilauto in zicht kwam werden de medewerkers, die in het pand werkzaam waren, gewaarschuwd. Als de marconist zijn uitzending had beëindigd verliet hij het pand. De koerier(ster) zorgde voor de afvoer van de zend ontvanger. Ondanks de veiligheidsmaatregelen werden er bij de Radiodienst van de Raad van Verzet met de regelmaat van een klok radiozenders uitgepeild en werden door loslippigheid van de medewerkers of door lieden die met de vijand sympathiseerden de locaties van de zenders verraden. In minder dan geen tijd werd er daarna een nieuwe zender in de lucht gebracht. Met de medewerkers liep het meestal minder goed af. Veelal werden ze door de SD gearresteerd en daarna zonder enige vorm van proces terechtgesteld. Het zenden met de vijand op de hielen was een levensgevaarlijke bezigheid en het heeft vooral op het einde van de oorlog veel mensenlevens gekost.
Het contact met de bewoonde wereld
Voor het contact met de bewoonde wereld zorgden Leo Touw (17 jaar) en de twee koeriersters Jel de Kort-v.d Sande en Lenie Gerritsen (later gehuwd met Emil Vladislav Kierczak). Leo Touw was een broer van de marconist Henk Touw. Leo Touw zorgde voor de bevoorrading van de radiopost. Met zijn handkar bracht hij levensmiddelen en andere goederen naar de boswachterswoning. De koeriersters verzorgden de verbinding tussen de Gewestelijk commandant en Paul Windhausen de commandant van de radiopost. Het verblijf in de Vloeiweide duurde voor de bemanning van de radiopost te lang. De stilte aan het front noopte hen tot wachten. De verveling werd hun grote vijand. Werkzaamheden op het afwerpterrein waren er niet want er werden vanuit Engeland geen wapens en materieel boven bezet Nederland afgeworpen. Ook al lag de boswachterswoning op een flinke afstand van de bewoonde wereld, het gewijzigde beeld in de anders zo rustige Vloeiweide kon voor de bewoners en de bezoekers van de streek niet onopgemerkt blijven. Het was bekend dat er in het naburige Princenhage over de aanwezigheid en de activiteiten van de verzetsmensen in de Vloeiweide werd gekletst. Dan was er ook nog de lange zendmast die op het terrein van de boswachterswoning stond. De mast was in de verre omgeving goed waarneembaar. Op 1 oktober 1944 was er bij de Staf van het Gewestelijk Hoofdkwartier in Breda serieus over nagedacht om de radiopost op te heffen. Er werd geen actie ondernomen omdat Paul Windhausen er de noodzaak niet van in zag.
In de omgeving werden door de bewakingsgroep steeds vaker mensen gesignaleerd die zich verdacht bij de boswachterswoning ophielden. Het waren bewuste of toevallige passanten. Een passant is er mogelijk de oorzaak van geweest dat in het huis van de familie Neefs een inval werd gedaan. Op dinsdag 3 oktober 1944 in de namiddag kwam er bij de woning van Neefs een vreemdeling aan de deur. Het was de Belg Lodewijk de Coster. Deze De Coster bleek later lid te zijn van de Frontaufklärung. De Frontaufklärung was een frontverkenningsdienst die gebruik maakte van Nederlandse of Belgische spionnen die met de Deutsche Wehrmacht samenwerkten. Paul Windhausen stond De Coster voor de deur van de woning te woord. De man vertelde Belg te zijn. Hij zou ontsnapt zijn aan de Feldgendarmerie. Via Brabant zou hij op weg zijn naar België, daarom vroeg hij de weg naar Antwerpen. Nadat Windhausen hem de weg had gewezen hield de vreemdeling zich nog een tijd op in de omgeving van het boswachtershuis en hij observeerde de schuur en de binnenplaats. Later zou blijken dat deze Belg een handlanger was van leutnant Kurt Steinmeier de adjudant van de Ortskommandant in Breda. Na het bezoek aan de boswachterswoning ging de Coster bij Steinmeier verslag uitbrengen.


